Call us : 085-0020900
Mail ons: Info@adviespuntletselschadeslachtoffers.nl

Zeliha Thomas

Bron: De Telegraaf

18 januari 2002

‘Zweepslag’ velt sm-meesteres

RIJSWIJK – Het is een hard gelag voor SM-meesteres ‘Tamara van Thomas’. Jarenlang had zíj het heft in handen tijdens sadomasochistische sessies in haar SM-studio te Rijswijk en stroomden hordes onderdanige heren op haar toe. Met dieprode rozen en andere uitingen van aanhankelijkheid.

Maar nu moet Tamara haar zwartlederen domina-outfit, met welhaast adembenemend hoge laarzen, uit de mottenballen vissen wanneer haar wordt gevraagd nog één keer te poseren voor een foto. Op haar voorhoofd parelen al snel zweetdruppeltjes bij het rijgen van het indrukwekkende schoeisel. Haar gezicht staat op inspanning. En pijn.

Meesteres Tamara – in het dagelijks leven heet zij Zeliha Ayçe Postuma – is voorgoed geveld door een whiplash. Een ‘zweepslag’, die zij opliep tijdens een verkeersongeval in oktober 1996, bij Rotterdam. Sindsdien kan de nu 37-jarige ‘koningin van het liefdes-rollenspel’ haar bijzondere beroep niet langer uitoefenen. Ze is arbeidsongeschikt verklaard en heeft een uitkering van zo’n €800 per maand.

De inmiddels door haar in de arm genomen letselschadeadvocaat W. Verkruisen, heeft tegen verzekeraar De Zwolsche Algemene te Nieuwegein een schadevergoedingsprocedure aanhangig gemaakt van €1,3 miljoen (= Hlf. 2,8 miljoen) wegens gederfde inkomsten. Tot nu toe kreeg Zeliha Postuma Hlf. 19.000 smartengeld. Ze heeft daardoor het gevoel in de hoek te zitten waar de klappen vallen. Maar ze pikt het niet, assertief als ze is. “Ik vind dit een belediging”, briest ze. “Zij denken dat daarmee de zaak is afgedaan. Er wordt gesuggereerd dat ik die whiplash heb opgelopen tijdens het SM-spel. Maar dat is absoluut niet waar. Alle bewijzen van het verkeersongeluk, evenals de neurologische vaststelling van mijn whiplash, staan op papier.”

De advocaat bevestigt dat. De betreffende stukken zijn inmiddels in handen van deze krant. En opnieuw toont meesteres Tamara haar vurige gezicht: “Laat die nette verzekeringsheren beseffen dat meesteressen zoals ik dankzij hen bestaan…”

Adjunct-directeur R. Slot van ‘de Zwolsche’ verklaart dat de kwestie-Postuma serieus wordt genomen: “Zo niet de hoogte van de claim. Wij hebben ook geen gegevens van haar raadsman over hoe dat bedrag is opgebouwd. Wij meenden dat de zaak was geregeld met het bedrag aan smartengeld, maar beseffen nu ook wel dat we alsnog een bedrag moeten gaan betalen.”

Zeliha Postuma, vergezeld van haar man Wim (58) die jarenlang in de erotische industrie werkzaam was, vertelt thuis op de bank hoe ze in de klaterende regen, in een haperende filestroom, van achteren werd aangereden door een automobilist uit Breda. “Ik was op weg van Deurne, van een door Wim georganiseerd western-paardenconcours, naar huis. Had mijn licht autistische zoontje bij me. Hij sloeg door de klap op tilt. Ik stapte uit, dacht in een flits dat ik benzine zag lopen, en trok Jeroen uit de auto. Ik was te druk met hem in de weer om te beseffen dat ik iets mankeerde. Dat kwam enkele uren later pas toen ik, thuis gekomen, een borrel pakte: na een paar slokken stond ik compleet op mijn kop.”

In de dagen en weken erna ontstonden kenmerkende whiplash-symptomen: hoofdpijn, nekpijn, concentratiestoornissen, misselijkheid, oorsuizingen etc. En bleek na onderzoek in een Haags ziekenhuis ( “Bij een neuroloog die mij ook van mijn migraine had afgeholpen”) dat zij inderdaad had waarvoor zij bang was: een whiplash.

Haar SM-studio heeft ze noodgedwongen moeten verkopen. “Ik kon mijn werk gewoon niet meer doen. Probeerde het eerst nog twee daagjes per week, maar ook dat lukte niet meer. Vóór een afspraak lag ik een paar uur op een bank onder een dekentje te bibberen. Met pijnstillers. Om me voor te bereiden. Maar op het laatst werd het riskant, door mijn concentratieproblemen. Ik miste signalen bij de klant. En dat is onverantwoord, zeker in dit vak.”

Nog één keer toont meesteres Tamara, met Haagse humor, haar trots maar ook haar kwetsbaarheid: “Denk niet dat ik zielig ben. Maar ik zit klem… tussen de deuren van de tram.”

 


Bron: De Volkskrant

Zeliha Thomas was vóór haar aanrijding de beste SM-meesteres van Europa. Elf jaar later is schadevergoeding in zicht…

‘Ik heb advocaten, Kamerleden en mannen van buitenlandse koningshuizen kruipend aan mijn voeten gehad’, zegt gewezen SM-meesteres Zeliha Thomas in de sneeuw voor de rechtbank in Utrecht. ‘Maar nu moest ik zelf overeind zien te blijven. En dat is uiteindelijk gelukt.’

Thomas (43) staat buiten na een ongebruikelijk kort geding, dat zij had aangespannen. Aanleiding: verzekeraar Allianz wilde een letselschade-uitkering van 750 duizend euro, die zij in september kreeg toegewezen, niet overmaken. Haar voormalig advocaat Gert Verkruisen en de aan hem gelieerde Nederlandse Letselstichting blokkeerden de overboeking.

‘In september dacht ik dat ik er was: elf jaar na de aanrijding die het eind van mijn carrière als SM-meesteres inluidde’, zegt Thomas. ‘Het geld van Allianz zou komen, en ik moest nog een paar kleine dingen regelen met mijn raadsman.’

‘In 1996 werd ik uitgeroepen tot Domina Europa, de beste SM-meesteres van Europa. Ik noemde mij Tamara van Thomas, van het Trading and Education Centre. Een neutrale naam zodat zakenmensen mijn visitekaartje in hun portemonnee konden stoppen.’

‘De tent liep als een tierelier, tot mijn ongeluk. Ik werd aangereden, kreeg een whiplash, en had steeds meer pijnstillers en troep nodig om mijn werk goed te kunnen doen. Totdat dat er ook onder begon te leidden.’

‘Ik ben toen gaan procederen, met Verkruisen als advocaat. In 2002 kon ik hem niet meer betalen doordat ik in scheiding lag. Verkruisen kwam toen met de Nederlandse Letselstichting. Als ik daarmee een no cure, no pay-contract tekende en 40 procent van de einduitkering zou afdragen, bleef hij mijn zaak doen.’

‘Ik kreeg argwaan toen in september 2007 bleek dat ik btw en hoge kosten aan de stichting moest afdragen. Van de 750 duizend euro bleef 340 duizend euro voor mij over. De rest was voor Verkruisen en de Letselstichting.’

‘Ik kwam er toen achter dat de oom en de moeder van Verkruisen bestuurder waren bij de Letselstichting, en sindsdien hebben we ruzie over geld.’ De ruzie met de familie Verkruisen liep zo hoog op dat Thomas Allianz benaderde. De verzekeraar wilde dolgraag van de zaak af, maar kon het geld niet naar haar overmaken, omdat zij dan in een conflict met Verkruisen kon belanden.

Uiteindelijk stapte Thomas naar een nieuwe advocaat: John Beer, de voorzitter van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade. Beer strijdt al langer met advocaten als Verkruisen, die het verbod op no cure, no pay-afspraken in de advocatuur omzeilen.

‘Wat Verkuisen hier doet, durft zelfs de meest gehaaide ambulance chaser (Amerikaanse letseladvocaat die verkeersslachtoffers achtervolgt) niet. Het is ongehoord dat Verkruisen en de Stichting 55 procent van de uitkering opeisen,’ zegt Beer, die een tuchtklacht indiende en aangifte deed tegen zijn tegenstrever.

Beer vindt in de rechtzaal Allianz (‘schande’) én de rechter aan zijn zijde. De Letselstichting zelf is niet komen opdagen. ‘Het is ongelooflijk dat een goed bekend staande advocaat zich zo kwetsbaar maakt’, zegt de rechter, die alle eisen van Thomas honoreert. Zij krijgt, voor de Kerst nog, een voorschot van een ton, zonder dat de Letselstichting dwars mag liggen.

‘Wat mij betreft krijgt hij niets,’ zegt Thomas. ‘Wat ben je voor een kerel als je je verschuilt achter een stichting van je moeder?’


Bron: DeHypothekenMakelaar.nl


Bron: Het Parool

De Amsterdamse letselschadeadvocaat Gijs Verkruisen is een maand voorwaardelijk geschorst. Hij was een ‘ontoelaatbare betalingsconstructie’ overeengekomen met een voormalige sm-meesteres die veertien jaar geleden een whiplash opliep.

Jarenlang had Zeliha Thomas een bloeiende praktijk als sm-meesteres. Totdat ze in 1996 tijdens een auto-ongeluk een whiplash opliep. Thomas schakelde de Amsterdamse letselschadeadvocaat Gijs Verkruisen in, die namens haar een schadeclaim indiende. Maar door de gevolgen van het auto-ongeluk dreigde ze de rekeningen van haar advocaat niet meer te kunnen betalen.

”Met mijn sm-praktijk draaide ik een heel hoge omzet. Mijn klanten behoorden tot de internationale upperclass. Maar door het ongeluk kon ik mijn werk niet meer goed doen. Bij sm komt veel psychologie om de hoek kijken. Je zoekt de grenzen op en moet daarom goed kunnen luisteren. En ik merkte dat ik bepaalde informatie niet lang meer kon vasthouden. Zoiets moet je tijdig onderkennen, want dat kan gevaar opleveren voor klanten.”

Het inhuren van andere medewerkers bleek geen oplossing: ”Mensen kwamen voor mij. Ze betaalden een aanzienlijk bedrag per uur en wilden niet afgescheept worden met de jongste bediende.’

Financiële problemen

Toen ze Verkruisen van haar financiële problemen op de hoogte stelde, toonde hij weinig mededogen. ”Het was drie weken voor de eerste zitting. Hij verwees me door naar de Nederlandse Letsel Stichting, die mijn rechtszaak verder kon bekostigen, in ruil voor 40 procent van het uit te keren bedrag. Zo niet, dan dreigde hij al zijn werkzaamheden te staken.”

Wat Thomas niet wist, was dat de stichting in handen was van familieleden van Verkruisen. ”Daar kwam ik pas drie jaar later achter toen ik een artikel in Het Parool over Verkruisen las. De stichting werd bestuurd door zijn moeder en een oom. ‘

Uiteindelijk werd de schadevergoeding bepaald op 750.000 euro. Na aftrek van alle kosten zou daarvan nog niet eens de helft, 340.000 euro, voor Thomas overblijven. Het overgrote deel van het geld kwam bij Verkruisen terecht, en zijn oom en zijn moeder, de enige twee bestuursleden van de Nederlandse Letsel Stichting.

”Terwijl achteraf bleek dat de stichting nog helemaal niets had betaald. De afgelopen jaren was geen enkel bedrag overgemaakt aan Verkruisen, terwijl dat toch de reden was waarom ik met de stichting in zee was gegaan.”

Thomas schakelde de Amsterdamse advocaat John Beer in en begon een civiele schadeprocedure tegen Verkruisen. Ook diende ze een klacht in bij de Orde van Advocaten. Vorige week werd Verkruisen een maand voorwaardelijk geschorst. Volgens het Hof van Discipline heeft Verkruisen ‘een ontoelaatbare betalingstransacties voor de verdere procesfinanciering’ aangedragen.

Het is niet de eerste keer dat Verkruisen in opspraak raakt. Een ambtenaar van de gemeente Assen, die met de advocaat in een letselschadezaak overhoop lag, omschreef hem ooit als een ‘zee­meeuw, die krijsend komt aanvliegen, de boel onderschijt en iedereen in verwarring achterlaat’. Verkruisen biedt, zo beweren zijn tegenstanders, al jaren via een omweg no cure, no paydiensten aan in letselschadeprocedures. De gedupeerden hoeven hun advocaat alleen te betalen als hij een schadevergoeding voor hen in de wacht weet te slepen.

Verkruisen noemt de straf die het Hof van Discipline hem heeft opgelegd, ‘draconisch’. ”De familierelatie met de bestuurders van de Nederlandse Letsel Stichting was voor de tuchtrechter geen reden om de betalingsconstructie te verbieden. De veroordeling draait uiteindelijk om een technisch punt, namelijk dat de stichting niet in staat was om complexe letselschadezaken te beoordelen.”

Kans op mislukking

Dat de vergoeding die de stichting eiste in zaak rond Zeliha Thomas buitensporig hoog was, bestrijdt hij: ”In deze zaak was de kans op mislukking heel groot. Anders zou je alleen maar zaken kunnen aannemen met een heel laag risico.Deze betalingsconstructies zijn een zege voor slachtoffers van letselschade die anders geen rechtshulp kunnen betalen.”

Zeliha Thomas, die inmiddels een counseling en coachingbureau heeft, hoopt snel de draad van haar leven weer op te pakken. Ze heeft nog een civiele schadeprocedure tegen Verkruisen lopen. Haar advocaat John Beer heeft gezien de tuchtrechtelijke uitspraak van vorige week veel vertrouwen in een goede afloop.

Maar de uitspraak schept ook duidelijkheid voor andere letselschadeslachtoffers die in zee willen gaan met commerciële organisaties om rechtshulp te financieren, zegt hij. ”Het slachtoffer denkt dat hij een advocaat heeft. Maar eigenlijk heeft de organisatie een advocaat. En de advocaat zal altijd kiezen voor de organisatie, niet voor het slachtoffer.” (HENK SCHUTTEN)


Bron: Advocatenblad

Rechtbank laat no cure no pay-afspraak in stand

Ondanks de tuchtrechtelijke tik op de vingers van de advocaat wegens zijn betrokkenheid bij een no cure no pay-afspraak liet de civiele rechter deze afspraak in stand. Maar voor no cure no pay is de tuchtrechtelijke weg nog niet vrij.

Leonie Rammeloo
redactielid

Mevrouw Thomas, aan wie in de media steevast wordt gerefereerd als de ‘SM-meesteres’, was in 1996
slachtoffer van een verkeersongeval en trachtte haar schade te verhalen op Allianz, de verzekeraar van de automobilist. Vanaf 2000 werd zij daarin bijgestaan door mr. Verkruisen. Namens haar dagvaardde hij eind 2001 Allianz tot vergoeding van ruim 1,3 miljoen euro. Eind 2002 – voordat de rechtbank in deze letselschadezaak enig (tussen) vonnis had gewezen – kon Thomas de rechtsbijstandkosten van Verkruisen niet meer betalen. Verkruisen bracht haar in contact met NLS, die bereid was de financiering van de rechtsbijstand over te nemen. Op grond van de daarop gesloten overeenkomst cedeerde mevrouw Thomas haar vordering op Allianz aan NLS, betaalde NLS de declaraties van Verkruisen, kreeg NLS deze vergoed uit de eventueel van Allianz te ontvangen schadevergoeding en zou NLS van het restant nog 40% (en de btw daarover) ontvangen. Eind 2007 bood Allianz een schikkingsbedrag van H 750.000, wat door Thomas werd geaccepteerd.
En toen kwam de eindafrekening: na aftrek van Verkruisens eigen declaraties (H 120.000) en de 40% met btw voor NSL kon mevrouw een bedrag van H 340.000 tegemoet zien. Over deze afrekening ontstond discussie,
waarna Verkruisen zich onttrok aan de zaak wegens conflicterende belangen. Inmiddels was Thomas gebleken dat het bestuur van NLS bestond uit de moeder en de oom van Verkruisen.
In de tuchtprocedure betoogde Thomas dat de door Verkruisen aangedragen constructie voor de verdere
procesfinanciering ontoelaatbaar was. Het Hof van Discipline was dit met haar eens. De ontoelaatbaarheid
zat hem volgens het hof niet in enig persoonlijk gewin van Verkruisen: het hof had niet kunnen vaststellen dat hij een deel van de inkomsten van NLS kreeg; de familierelatie met de bestuursleden vormde daartoe onvoldoende bewijs.
Het venijn school volgens het hof in het – met zoveel woorden door Verkruisen erkende – feit dat NLS ‘op het kompas van mr Verkruisen voer’ bij het inschatten van de proceskansen en -kosten én bij de bepaling van het aan NLS toevallende percentage van de eventuele schadevergoeding.
Dit maakte dat Verkruisen van meet af aan tegenstrijdige belangen behartigde en er dus sprake was van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.
Met de tuchtrechtelijke veroordeling in de hand stapte Thomas vergeefs naar de civiele rechter. Volgens de
rechtbank is de no cure no pay-constructie toelaatbaar, omdat mevrouw Thomas een overeenkomst met NLS had
en alleen NLS (dus niet Verkruisen) het risico liep met alle proceskosten te blijven zitten wanneer de procedure tegen Allianz niets zou opleveren.
Weliswaar heeft de rechtbank, net als de tuchtrechter, weinig waardering voor de opstelling van Verkruisen, maar dat baat Thomas niet omdat de regels die voor advocaat Verkruisen gelden niet toepasselijk zijn op de relatie tussen Thomas en NLS. Volgens de rechtbank mag NLS dit soort afspraken maken én mag Verkruisen cliënten wel wijzen op organisaties die werken op basis van no cure no pay.

Al met al een opvallende uitspraak, omdat de rechtbank de constructie van een tussengeschoven derde partij ten behoeve van een no cure no payafspraak goedkeurt. De rechtbank bekritiseert Verkruisen wegens de familierelaties met NLS, maar zijn opstelling is geen reden de constructie te vernietigen of hem anderszins een civiel verwijt te maken. Wanneer deze uitspraak in stand blijft zet dat de – civiele – deur open voor vergelijkbare constructies, zeker wanneer familie- of andere aantoonbare banden tussen advocaat en no cure no pay-organisatie vermeden worden. Maar advocaten die een dergelijke constructie willen optuigen moeten beducht blijven voor een waarschijnlijk kritische blik van de tuchtrechter.

Stand van zaken No cure, no pay

Op 25 maart 2004 besloot het College van Afgevaardigden het verbod op resultaatgerelateerde beloning in de Verordening op de praktijkuitoefening te versoepelen. Een experiment zou uitwijzen of het zinvol was om op basis van no cure no pay te werken. Het besluit werd door toenmalig minister van Justitie Donner op 9 maart 2005 vernietigd wegens strijdigheid met het algemeen belang. Bij brief aan de Tweede Kamer van 2 december 2009 stelde toenmalig staatssecretaris Albayrak zich op het standpunt dat de toegang tot het recht ermee gebaat is als de advocatuur nieuwe, voor de rechtzoekende aantrekkelijke, betalingsarrangementen ontwikkelt, op voorwaarde dat de onafhankelijkheid van de advocaat niet in geding komt en de toegang tot het recht voor de rechtzoekende is gewaarborgd. Op 18 maart 2010 heeft Hirsch Ballin de Orde uitgenodigd met een voorstel te komen voor een experiment met resultaatgerelateerde beloning. De Algemene Raad beraadt zich hierover. (red.)


Bron: Persbericht.nu

Hof wijst alle bezwaren tegen no cure no pay bij letselschade van de hand

Gerechtshof Amsterdam wijst alle bezwaren tegen no cure no pay bij letselschade van de hand: advocaat mr. John Beer en voormalig SM-meesteres Thomas verliezen ook in hoger beroep zaak tegen Nederlandse Letselstichting (NLS) en advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. NLS-voorzitter Cynthia Ribbert: “belangrijke stap voorwaarts voor slachtoffers van letselschade die advocaat willen laten procederen door middel van no cure no pay-afspraak met procesfonds”.

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam
Bij uitspraak van 13 december 2011 heeft het Hof Amsterdam in hoger beroep alle bezwaren van tafel geveegd die voormalig SM-meesteres Thomas en mr. John Beer van Beer advocaten hebben geuit tegen de no cure no pay-overeenkomst die Thomas in 2002 met de NLS heeft gesloten.

Ook heeft het Gerechtshof korte metten gemaakt met de geuite bezwaren tegen de belangenbehartiging door advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. De belangenbehartiging, de voorlichting aan Thomas en de inhoud van de overeenkomst zijn naar het oordeel van het Gerechtshof in alle opzichten correct, eerlijk en rechtsgeldig geweest.

In augustus 2010 werd Thomas reeds door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld om de overeenkomst met de NLS volledig na te komen. Het Gerechtshof heeft dat vonnis nu bekrachtigd.

Het belang van de beslissing
Het arrest is een belangrijke stap voorwaarts voor slachtoffers van letselschade. In de uitspraak bevestigt het Gerechtshof dat er juridisch geen bezwaar tegen is dat slachtoffers van letselschade (met behulp van een procesfonds) een deel van hun schadeclaim gebruiken om die claim op basis van no cure no pay door een goede advocaat te laten uitprocederen.

In Nederland is het niet toegestaan om zonder advocaat te procederen (behoudens enkele uitzonderingen). Een letselschadeslachtoffer heeft daarom altijd een advocaat nodig om naar de rechter te gaan. Het is advocaten echter verboden om met slachtoffers af te spreken dat de advocaat een deel van de waarde van de schadeclaim als betaling accepteert als de advocaat de zaak van het slachtoffer wint; no cure no pay is voor advocaten verboden. Door deze twee verboden kunnen slachtoffers van letselschade vrijwel nooit procederen als dat nodig is. Daardoor krijgen slachtoffers vaak lang niet de schadevergoeding waar zij recht op hebben.

De NLS is een instelling zonder winstoogmerk die een procesfonds beheert. Uit het procesfonds worden voor slachtoffers alle advocatenkosten en andere kosten van een juridische procedure betaald. Als de zaak niets oplevert hoeft het slachtoffer het procesfonds niets te betalen. Bij succes betaalt het slachtoffer een percentage van de schade (na aftrek van de kosten van het procederen) aan het fonds.

In ‘letselschadeland’ is er al enkele jaren geregeld onrust over het door slachtoffers zo gewenste no cure no pay. Van de zijde van belangenbehartigers die intensief met verzekeraars samenwerken (zoals mr. John Beer) is gesteld dat het aanbieden van een no cure no pay-overeenkomst niet eerlijk (en zelfs schadelijk) zou zijn, zeker wanneer de aansprakelijkheid in een zaak reeds is erkend. Televisieprogramma’s als Zembla en Radar namen dit eenzijdige standpunt kritiekloos over. Ook veel kranten besteedden aandacht aan het onderwerp.

Van de zijde van belangenbehartigers die voor slachtoffers optreden is daarentegen steeds gesteld dat no cure no pay vaak juist de enige mogelijkheid is voor slachtoffers die wel een schadeclaim hebben, maar verder geen geld bezitten om naar de rechter te gaan.

In zijn uitvoerige beslissing heeft het Gerechtshof (evenals de Rechtbank vorig jaar) geen spaan heel gelaten van alle naar voren gebrachte bezwaren van de tegenstanders van no cure no pay bij letselschade. Alles wat mr. Beer dienaangaande heeft beweerd is door het Gerechtshof als verzonnen en onbewezen van de hand gewezen.

Een media-genieke zaak
Reeds voordat Thomas weigerde haar afspraken met de NLS na te komen was de zaak van voormalig SM-meesteres Thomas een bekende letselschadezaak die veel publiciteit had gekregen. Het uitzonderlijke beroep van Thomas en de categorische weigering van verzekeraar Allianz om meer dan € 8.800,- voor de schade te betalen die Thomas had opgelopen bij een kop-staart-botsing waren daar mede debet aan.

Omdat het een onzekere en ingewikkelde zaak was en omdat Thomas een procedure niet zelf wilde betalen, sprak Thomas met de NLS af dat zij bij succes 40% van de hoofdsom (plus BTW en na aftrek van de gemaakte kosten) aan de NLS zou betalen. Als de zaak op niets zou uitlopen zou de NLS alle kosten van de procedure voor haar rekening nemen.

Na vele jaren procederen op kosten van de NLS is de gerenommeerde letselschade-advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen er uiteindelijk in geslaagd om de verzekeraar tot een schadevergoeding van € 750.000,- te dwingen. Thomas weigerde daarop haar overeenkomst met de NLS na te komen en probeerde de NLS en Verkruisen onbetaald achter te laten.

Namens Thomas heeft de Amsterdamse letselschade-advocaat mr. John Beer de strijdbijl tegen de NLS en advocaat dr. mr. Verkruisen opgenomen. Beer heeft daarop vier jaar lang – aanvankelijk op kosten van Thomas – getracht om de integriteit en het werk van zijn collega-advocaat en de NLS in diskrediet te brengen. Hij stelde dat Thomas haar overeenkomst met de NLS om allerlei redenen niet behoefde na te komen en hij heeft er alles aan gedaan om no cure no pay voor slachtoffers van letselschade in een kwaad daglicht te stellen. Nu Beer ook het Gerechtshof van geen enkel van zijn argumenten heeft kunnen overtuigen, komt aan de procedure een voorlopig einde.

De inhoud van de uitspraak
Door het Gerechtshof zijn alle bezwaren van de hand gewezen die Beer en Thomas tegen de no cure no pay-overeenkomst met de NLS en over de belangenbehartiging door dr. mr. Verkruisen hebben bedacht. Onder meer zijn de stellingen verworpen dat er in een erkende zaak nooit plaats zou zijn voor no cure no pay, dat de voorlichting over de overeenkomst niet correct zou zijn geweest, dat de inhoud van de overeenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn, dat er ‘dubbel’ zou zijn gedeclareerd en zelfs dat er sprake zou zijn geweest van misbruik van omstandigheden en bedrog. Ook de stelling van Thomas en Beer dat het no cure no pay-percentage van 40% plus BTW (na aftrek van de gemaakte juridische kosten) te hoog zou zijn, is door het Gerechtshof nauwkeurig onderzocht en daarna van tafel geveegd. Thomas is evenals bij de Rechtbank ook nu weer veroordeeld in de kosten van de procedure.

Thomas heeft drie maanden de tijd om eventueel tegen de uitspraak in cassatie bij de Hoge Raad te gaan.

Bijlage
Arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 13 december 2011 onder zaaknummer 200.077.224/01 is op te vragen via NederlandseLetselStichting@gmail.com.

Informatie voor de pers
Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij de voorzitter van de Nederlandse Letselstichting mevrouw Cynthia Ribbert op nummer 06-30335540, of advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen op nummer 020-4860055.


Bron: Letselschade Magazine

Persbericht NLS 141211

PERSBERICHT NLS
14 december 2011
Gerechtshof Amsterdam wijst alle bezwaren tegen no cure no pay bij letselschade van de hand: advocaat mr. John Beer en voormalig SM-meesteres Thomas verliezen ook in hoger beroep zaak tegen Nederlandse Letselstichting (NLS) en advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. NLS-voorzitter Cynthia Ribbert: “belangrijke stap voorwaarts voor slachtoffers van letselschade die advocaat willen laten procederen door middel van no cure no pay-afspraak met procesfonds”.

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam
Bij uitspraak van 13 december 2011 heeft het Hof Amsterdam in hoger beroep alle bezwaren van tafel geveegd die voormalig SM-meesteres Thomas en mr. John Beer van Beer advocaten hebben geuit tegen de no cure no pay-overeenkomst die Thomas in 2002 met de NLS heeft gesloten.
Ook heeft het Gerechtshof korte metten gemaakt met de geuite bezwaren tegen de belangenbehartiging door advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. De belangenbehartiging, de voorlichting aan Thomas en de inhoud van de overeenkomst zijn naar het oordeel van het Gerechtshof in alle opzichten correct, eerlijk en rechtsgeldig geweest.
In augustus 2010 werd Thomas reeds door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld om de overeenkomst met de NLS volledig na te komen. Het Gerechtshof heeft dat vonnis nu bekrachtigd.

Het belang van de beslissing
Het arrest is een belangrijke stap voorwaarts voor slachtoffers van letselschade. In de uitspraak bevestigt het Gerechtshof dat er juridisch geen bezwaar tegen is dat slachtoffers van letselschade (met behulp van een procesfonds) een deel van hun schadeclaim gebruiken om die claim op basis van no cure no pay door een goede advocaat te laten uitprocederen.
In Nederland is het niet toegestaan om zonder advocaat te procederen (behoudens enkele uitzonderingen). Een letselschadeslachtoffer heeft daarom altijd een advocaat nodig om naar de rechter te gaan. Het is advocaten echter verboden om met slachtoffers af te spreken dat de advocaat een deel van de waarde van de schadeclaim als betaling accepteert als de advocaat de zaak van het slachtoffer wint; no cure no pay is voor advocaten verboden. Door deze twee verboden kunnen slachtoffers van letselschade vrijwel nooit procederen als dat nodig is. Daardoor krijgen slachtoffers vaak lang niet de schadevergoeding waar zij recht op hebben.
De NLS is een instelling zonder winstoogmerk die een procesfonds beheert. Uit het procesfonds worden voor slachtoffers alle advocatenkosten en andere kosten van een juridische procedure betaald. Als de zaak niets oplevert hoeft het slachtoffer het procesfonds niets te betalen. Bij succes betaalt het slachtoffer een percentage van de schade (na aftrek van de kosten van het procederen) aan het fonds.
In ‘letselschadeland’ is er al enkele jaren geregeld onrust over het door slachtoffers zo gewenste no cure no pay. Van de zijde van belangenbehartigers die intensief met verzekeraars samenwerken (zoals mr. John Beer) is gesteld dat het aanbieden van een no cure no pay-overeenkomst niet eerlijk (en zelfs schadelijk) zou zijn, zeker wanneer de aansprakelijkheid in een zaak reeds is erkend. Televisieprogramma’s als Zembla en Radar namen dit eenzijdige standpunt kritiekloos over. Ook veel kranten besteedden aandacht aan het onderwerp.
Van de zijde van belangenbehartigers die voor slachtoffers optreden is daarentegen steeds gesteld dat no cure no pay vaak juist de enige mogelijkheid is voor slachtoffers die wel een schadeclaim hebben, maar verder geen geld bezitten om naar de rechter te gaan.
In zijn uitvoerige beslissing heeft het Gerechtshof (evenals de Rechtbank vorig jaar) geen spaan heel gelaten van alle naar voren gebrachte bezwaren van de tegenstanders van no cure no pay bij letselschade. Alles wat mr. Beer dienaangaande heeft beweerd is door het Gerechtshof als verzonnen en onbewezen van de hand gewezen.

Een media-genieke zaak
Reeds voordat Thomas weigerde haar afspraken met de NLS na te komen was de zaak van voormalig SM-meesteres Thomas een bekende letselschadezaak die veel publiciteit had gekregen. Het uitzonderlijke beroep van Thomas en de categorische weigering van verzekeraar Allianz om meer dan € 8.800,- voor de schade te betalen die Thomas had opgelopen bij een kop-staart-botsing waren daar mede debet aan.
Omdat het een onzekere en ingewikkelde zaak was en omdat Thomas een procedure niet zelf wilde betalen, sprak Thomas met de NLS af dat zij bij succes 40% van de hoofdsom (plus BTW en na aftrek van de gemaakte kosten) aan de NLS zou betalen.
Als de zaak op niets zou uitlopen zou de NLS alle kosten van de procedure voor haar rekening nemen.
Na vele jaren procederen op kosten van de NLS is de gerenommeerde letselschadeadvocaat
dr. mr. Gijs Verkruisen er uiteindelijk in geslaagd om de verzekeraar tot een schadevergoeding van € 750.000,- te dwingen. Thomas weigerde daarop haar overeenkomst met de NLS na te komen en probeerde de NLS en Verkruisen onbetaald achter te laten.
Namens Thomas heeft de Amsterdamse letselschade-advocaat mr. John Beer de strijdbijl tegen de NLS en advocaat dr. mr. Verkruisen opgenomen. Beer heeft daarop vier jaar lang – aanvankelijk op kosten van Thomas – getracht om de integriteit en het werk van zijn collega-advocaat en de NLS in diskrediet te brengen. Hij stelde dat Thomas haar overeenkomst met de NLS om allerlei redenen niet behoefde na te komen en hij heeft er alles aan gedaan om no cure no pay voor slachtoffers van letselschade in een kwaad daglicht te stellen. Nu Beer ook het Gerechtshof van geen enkel van zijn argumenten heeft kunnen overtuigen, komt aan de procedure een voorlopig einde.

De inhoud van de uitspraak
Door het Gerechtshof zijn alle bezwaren van de hand gewezen die Beer en Thomas tegen de no cure no pay-overeenkomst met de NLS en over de belangenbehartiging door dr. mr. Verkruisen hebben bedacht. Onder meer zijn de stellingen verworpen dat er in een erkende zaak nooit plaats zou zijn voor no cure no pay, dat de voorlichting over de overeenkomst niet correct zou zijn geweest, dat de inhoud van de overeenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn, dat er ‘dubbel’ zou zijn gedeclareerd en zelfs dat er sprake zou zijn geweest van misbruik van omstandigheden en bedrog. Ook de stelling van Thomas en Beer dat het no cure no pay-percentage van 40% plus BTW (na aftrek van de gemaakte juridische kosten) te hoog zou zijn, is door het Gerechtshof nauwkeurig onderzocht en daarna van tafel geveegd. Thomas is evenals bij de Rechtbank ook nu weer veroordeeld in de kosten van de procedure.
Thomas heeft drie maanden de tijd om eventueel tegen de uitspraak in cassatie bij de
Hoge Raad te gaan.


Bron: Letselschade Actueel

Orde van Advocaten steunt declaratie Verkruisen na no cure no pay bij letselschade

Letselschade ActueelEind vorige maand kreeg ik een persbericht van de Nederlandse Letselstichting. Een bericht naar aanleiding van de begrotingsbeslissing van Raad van Toezicht van de Amsterdamse Orde van Advocaten van 17 januari 2012. Hieronder een volledige weergave van het ontvangen persbericht:
Ook laatste aanval op de Nederlandse Letselstichting (NLS) en advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen eindigt in volledige nederlaag voor voormalige SM-meesteres Zeliha Thomas en haar advocaat mr. John Beer van Beer advocaten. Orde van Advocaten steunt declaratie Verkruisen na no cure no pay bij letselschade.

In de strijd van Thomas en Beer tegen de NLS en de Amsterdamse letselschadeadvocaat dr. mr. Gijs Verkruisen heeft de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in Amsterdam (in zijn beslissing van 17 januari 2012) geoordeeld dat de nota € 118.697,82 van Verkruisen advocaten “alleszins redelijk” en “niet bovenmatig” is. Daarmee hebben Thomas en Beer ook hun laatste nog lopende aanval tegen eerlijke no cure no pay bij letselschade volledig verloren.

Lees meer over letselschade en no cure no pay

Rechtbank en Hof Amsterdam

Eerder hadden het de Rechtbank Amsterdam en het Hof Amsterdam al geoordeeld dat de no cure no pay-afspraak die Thomas in 2002 heeft gemaakt met de NLS volledig eerlijk en rechtsgeldig is. De € 750.000,- schadevergoeding die de NLS door inschakeling van dr. mr. Gijs Verkruisen had weten te bewerkstelligen diende daarom conform de overeenkomst uit 2002 te worden afgerekend. Ook de Raad van Toezicht bevestigt in zijn uitspraak dat de inhoud van de overeenkomst tussen haar en de NLS vanaf het begin voor Thomas “evident was”.

De procedure bij de Raad van Toezicht

In de procedure bij de Raad van Toezicht, had John Beer namens zijn cliënte Thomas tien onwaarheden en verdraaiingen naar voren gebracht waarom de nota van € 118.697,82 naar zijn idee te hoog zou zijn. Het geheel had hij doorspekt met een groot aantal grofheden en verdachtmakingen aan het adres van de NLS en Verkruisen, zoals hij dat ook eerder steeds had gedaan wanneer Beer bezwaren had verzonnen tegen de werkwijze van de NLS en Verkruisen.

Beer maakte op deze wijze bezwaar tegen een nota van Verkruisen advocaten voor werkzaamheden die dr. mr. Gijs Verkruisen en drie kantoorgenoten tussen 2000 en
2007 hebben verricht in de letselschadezaak tussen Thomas en een verzekeringsmaatschappij. Deze nota was reeds door de NLS in 2009 aan Verkruisen betaald. De NLS kon deze nu conform het contract uit 2002 aftrekken van de schadevergoeding die Thomas toekwam. Door zijn bezwaren probeerde mr. Beer Thomas onder deze kosten uit te laten komen. De Amsterdamse Orde van Advocaten is in haar beslissing nu dwars voor die pogingen van mr. Beer en zijn sadomasochistische cliënte gaan liggen.

Het belang van de beslissing

De beslissing is belangrijk omdat die het sluitstuk vormt van de jarenlange inzet in deze zaak van het procesfonds van de NLS en letselschade-advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. Zij spannen zich al vele jaren in om het voor letselschade-slachtoffers financieel en juridisch mogelijk te maken dat zij hun zaak effectief aan de rechter
kunnen voorleggen, als de verzekeraar van de veroorzaker van de schade weigert om de volledige schade te vergoeden

Omdat het voor advocaten verboden is om zelf met een cliënt een no cure no pay afspraak te maken, heeft de NLS het mogelijk gemaakt dat slachtoffers met de NLS een no cure no pay afspraak maken en dat de NLS de advocaat op basis van zijn uurtarief voor zijn werkzaamheden betaalt.

De afgelopen vijf jaar hebben de voormalige SM-meesteres Thomas uit Zoetermeer en haar Amsterdamse advocaat mr. John Beer van Beer advocaten zich samen in een innige verstrengeling heftig verzet tegen de no cure no pay afspraak die Thomas in 2002 heeft gemaakt met de NLS. Waar mogelijk zochten zij daarbij de publiciteit. Thomas wilde haar afspraken met de NLS niet nakomen en mr. Beer bevorderde het belang van de verzekeraars door zich er met hand en tand tegen te verzetten dat slachtoffers hun zaak op basis van een no cure no pay afspraak met een procesfonds aan de rechter kunnen voorleggen als de verzekeraar aan het slachtoffer niet genoeg wil betalen.

De letselschadezaak van Thomas tegen verzekeringsmaatschappij Allianz

De letselschadezaak van voormalig SM-meesteres Thomas tegen verzekeringsmaatschappij Allianz heeft tussen 2000 en 2007 veel publiciteit gekregen. Dat werd veroorzaakt door het uitzonderlijke beroep van Thomas en de categorische weigering van verzekeraar Allianz om meer dan € 8.800,- voor de schade te betalen die Thomas had opgelopen bij een kop-staartbotsing met haar auto.
Omdat het een onzekere en ingewikkelde zaak was en omdat Thomas een procedure niet zelf wilde betalen, sprak Thomas met de NLS af dat zij bij succes 40% van de hoofdsom (plus BTW en na aftrek van de gemaakte kosten) aan de NLS zou betalen. Als de zaak op niets zou uitlopen zou de NLS alle kosten van de procedure voor haar rekening nemen.
Na vele jaren procederen op kosten van de NLS is de gerenommeerde letselschadeadvocaat dr. mr. Gijs Verkruisen er uiteindelijk in geslaagd om de verzekeraar tot betaling van een schadevergoeding van € 750.000,- te dwingen. Thomas weigerde daarop haar overeenkomst met de NLS na te komen en probeerde de NLS en Verkruisen onbetaald achter te laten.

De klacht bij de Raad van Toezicht

Namens Thomas heeft de Amsterdamse letselschade-advocaat mr. John Beer de strijdbijl tegen de NLS en advocaat dr. mr. Verkruisen opgenomen. Beer heeft daarop vijf jaar lang op kosten van Thomas getracht om de integriteit en het werk van de NLS en van zijn collega-advocaat dr. mr. Verkruisen in diskrediet te brengen. Hij stelde dat Thomas haar overeenkomst met de NLS om allerlei redenen niet behoefde na te komen en hij heeft er alles aan gedaan om no cure no pay voor slachtoffers van letselschade in een kwaad daglicht te stellen. In dat kader beweerde hij ook in de procedure bij de Raad van Toezicht dat de nota van € 118.697,82 die de NLS aan dr. mr. Gijs Verkruisen heeft betaald voor zijn werkzaamheden veel te hoog zou zijn.

De beslissing van de Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht van de Amsterdamse Orde van Advocaten heeft nu in een zorgvuldige en gedetailleerde beslissing van veertien bladzijden alle werkzaamheden van dr. mr. Verkruisen en drie van zijn kantoorgenoten nauwkeurig onderzocht en beoordeeld. Daartoe heeft de Raad van Toezicht onder meer het bijna 1000 bladzijden tellende procesdossier, het behandelingsdossier dat vele duizenden bladzijden omvattende en de uren-specificatie over zeven jaren van Verkruisen advocaten onderzocht.
De Raad van Toezicht heeft in de 338 uur werk die Verkruisen heeft gedeclareerd niet één ongerechtigheid aangetroffen. De Raad van Toezicht oordeelt daarom: “De tijdbesteding in de zaak komt de raad – gelet op de aanmerkelijke complexiteit en bewerkelijkheid van de zaak – alleszins redelijk voor.” Met betrekking tot het door de
advocaten van Verkruisen gehanteerde uurtarieven stelt de raad: “De raad acht deze uurtarieven, in aanmerking genomen de voor de behandeling van een zaak als de
onderhavige benodigde inzet en expertise, noch onredelijk noch ongebruikelijk.” Ook op de overige proceskosten die Verkruisen heeft doorgedeclareerd aan de NLS heeft de Raad geen enkele aanmerking. (Bron: Persbericht Nederlandse Letselstichting)


Bron: Parool

 


Bron: Letselschade.nl

No Cure No Pay overeenkomst is niet kwalijk gevonden door Rechtbank Den Haag

Een SM-meesteres en haar advocaat John Beer verliezen wederom procedure.

De inmiddels failliete SM-meesteres Thomas en haar advocaat mr. John Beer verliezen ook procedure tegen Rechter Commissaris. Rechtbank Den Haag oordeelt dat kans op succes bij procederen bij Hoge Raad over no cure no pay overeenkomst tussen de NLS en Thomas niet groot is.

In een beschikking van 20 september 2012 heeft de Rechtbank Den Haag voormalig SM-prostituee Thomas en haar advocaat mr. John Beer wederom volledig in het ongelijk gesteld.

Thomas en Beer waren in beroep gegaan tegen een beslissing van de Rechter Commissaris, waarin de Rechter Commissaris zijn goedkeuring verleende aan de overeenkomst die de curator in het faillissement van Thomas in juli jl. heeft gesloten met de NLS. Op grond van deze overeenkomst betaalt de NLS onverplicht Thomas alle schulden in haar faillissement. De zaak die Thomas bij de Hoge Raad tegen de NLS heeft aangespannen wordt ingetrokken en het faillissement van Thomas wordt opgeheven. De voormalige prostituee kan daarna haar leven zonder schulden herpakken.

In de beschikking oordeelt de Rechtbank: “De stelling van Thomas dat haar kans op succes in de procedure bij de Hoge Raad groot is, volgt de rechtbank niet. (…) de curator [heeft] naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden kunnen besluiten om het risico van een lege boedel, dat doorprocederen met zich brengt, niet te willen nemen.”

Elf misslagen van mr. John Beer zijn door rechters van tafel geveegd. De afwijzende beschikking van de Rechtbank Den Haag is het voorlopige einde van de lange reeks van elf juridische procedures die mr. Beer voor Thomas tegen de NLS heeft gevoerd en die hij zonder uitzondering allemaal heeft verloren. Steeds verzekerde mr. Beer zijn cliënte dat zij in haar recht stond en dat zij zich geen zorgen hoefde te maken. Maar even zo vaak bleek Beer de juridische situatie geheel verkeerd te hebben ingeschat.

Mr. John Beer presenteert zichzelf in de media graag als ervaren advocaat die goed op de hoogte is van het recht. In de elf nodeloos door mr. Beer voor Thomas gevoerde procedures oordeelden alle door mr. Beer ingeschakelde rechters steeds, dat mr. Beer zich niet voldoende in de relevante feiten heeft verdiept en dat hij de toepasselijke juridische regels niet juist heeft begrepen.

Tot ontsteltenis van Thomas leidden de wanvertoningen van mr. Beer steeds slechts tot uitvoerig gemotiveerde vonnissen waarin de rechters korte metten maakten met alles wat mr. Beer in de procedures had beweerd. Ook werd Thomas geregeld veroordeeld tot forse proceskostenveroordelingen.

Thomas is door mr. Beer failliet geprocedeerd. Voor zijn vele vruchteloze werkzaamheden heeft mr. Beer zijn cliënte een bedrag van meer dan € 100.000,- laten betalen. Toen Thomas uiteindelijk niet nog meer wilde betalen heeft Beer op valse gronden nog enkele toevoegingen voor Thomas bij de Raad voor Rechtsbijstand weten te verkrijgen. Met deze toevoegingen heeft Beer daarna (wederom zonder succes) geprobeerd zijn vele eerdere juridische missers te herstellen.

De procedures die mr. Beer voor Thomas heeft verloren zijn de volgende.
1. Provisioneel verzoek van mr. Beer in bodemprocedure Rechtbank Amsterdam, vonnis 13 augustus 2008: verloren.
2. Bodemprocedure door mr. Beer bij Rechtbank Amsterdam, vonnis 18 augustus 2010: verloren.
3. Hoger beroep door mr. Beer Gerechtshof Amsterdam, arrest 13 december 2011: verloren.
4. ‘Procedure’ door mr. Beer om na arrest proces van zitting aangepast te krijgen, december 2011: verloren.
5. Kort geding door mr. Beer voor Rechtbank Amsterdam tot intrekking faillissementsaanvraag, vonnis d.d. 27 februari 2012: verloren.
6. Faillissementszitting d.d. 28 februari 2012, mr. Beer is ondanks aankondiging aan Rechtbank Den Haag dat hij zou komen, niet verschenen: verloren.
7. Faillissementsaanvraag, door mr. Beer te laat (na sluiten behandeling ter zitting) schriftelijk verweer gevoerd: verloren.
8. Aanvraag tot schuldsanering 1 maart 2012, door mr. Beer te laat en in strijd met wettelijke procedure ingediend: verloren
9. Hoger beroep tegen faillissementsbeschikking, door mr. Beer niet (tijdig) ingesteld: verloren.
10. Bezwaar van mr. Beer bij curator tot sluiten overeenkomst met NLS in juli jl. door curator afgewezen: verloren.
11. Door mr. Beer ingesteld beroep tegen beslissing RC tot goedkeuring overeenkomst curator en NLS bij beslissing van Rechtbank Den Haag 20 september 2012: verloren.

Doordat mr. Beer tegen zeer hoge kosten in zijn kansloze procedures tegen de NLS (en tegen Thomas’ toenmalige advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen) bleef doorprocederen is Thomas uiteindelijk in gebreke gebleven bij het betalen van haar huur, energie, internet, water, telefoon, paarden en vele andere onbetaalde rekeningen. Op 6 maart 2012 is Thomas door de Rechtbank Den Haag failliet verklaard.

Mr. Beer moet voor de tuchtrechter verschijnen wegens gerommel met toevoegingen Voor het gerommel met de toevoegingen moet mr. Beer zich op 8 oktober a.s. verantwoorden voor de advocatentuchtrechter in Amsterdam. Recent zijn verschillende advocaten door de tuchtrechter hard bestraft voor fraude met toevoegingen.

De problemen voor Thomas zijn ontstaan toen zij in 2007 weigerde een no cure no pay-overeenkomst na te komen die zij in 2002 met de NLS had gesloten. Enkele jaren daarvoor had Thomas een ongeval doorgemaakt. In de letselschadezaak die daarop volgde was geen advocaat en geen instelling voor procesfinanciering in Nederland in staat geweest om een hogere uitkering van de verzekering te krijgen dan € 8.000,-. Thomas kwam niet in aanmerking voor een toevoeging. De NLS was bereid om te trachten om de werkelijke schade van Thomas vergoed te krijgen van de verzekeraar van de veroorzaker van het ongeval. De NLS stelde zich garant voor de kosten van een advocaat en voor alle overige proceskosten. In een jarenlange procedure wist de advocaat de wederpartij uiteindelijk te dwingen om een aanbod van € 750.000,- te doen. Dit aanbod is door Thomas geaccepteerd.

Toen dit bedrag conform de gesloten no cure no pay-overeenkomst tussen Thomas en de NLS moest worden verdeeld weigerde Thomas haar afspraken met de NLS na te komen.

Mr. Beer is een letselschade-advocaat die sinds jaar en dag nauw samenwerkt met verzekeraars van aansprakelijkheid. Deze samenwerking vindt onder meer plaats in de Vereniging voor Letselschade Advocaten (LSA). Naar verluidt heeft mr. Beer gehoopt een wit voetje bij de verzekeraars te kunnen halen door de NLS en de advocaat op kosten van Thomas jarenlang hard aan te vallen en te beschuldigen. Samen zijn de NLS en de advocaat in staat gebleken om de verzekeraar te dwingen om bijna 50 maal zoveel te betalen als zij aanvankelijk bereid waren. Er zijn veel slachtoffers met grote schade, maar die wegens geldgebrek en gebrek aan een goede advocaat uiteindelijk (vrijwel) niets van de aansprakelijke verzekeraar uitgekeerd krijgen.

Mr. Beer heeft onder meer in een bodemprocedure geprobeerd om de Rechtbank Amsterdam en het Hof Amsterdam ervan te overtuigen dat de NLS-overeenkomst en de dienstverlening door de advocaat niet in orde zouden zijn geweest. De Rechtbank en het Hof hebben die beweringen van Thomas en mr. Beer steeds op alle punten geheel van tafel geveegd.

Cassatie Thomas heeft 10 dagen om tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 september 2012 in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

Op verzoek kan worden nagestuurd de beschikking Rechtbank ‘s-Gravenhage, sector civiel recht, zaaknummer F12.173, 20 september 2012.

Bron: Persbericht NLS d.d. 24.09.2012
Foto: Nationale Beeldbank


Bron: am web

No cure, no pay-zaak SM-meesteres niet naar Hoge Raad

Archief 6

No cure, no pay-zaak SM-meesteres niet naar Hoge Raad

Een inmiddels failliet verklaarde SM-meesteres, die in 1996 letsel opliep bij een auto-ongeval, heeft bij de Haagse rechtbank zonder succes beroep aangetekend tegen een schikking die is getroffen tussen de Nederlandse Letselstichting (NLS) en de curator in haar faillissement. Daarmee is in deze langlopende zaak over het inschakelen van lesteladvocaten op no cure, no pay-basis voorlopig geen cassatie aan de orde.

Het slachtoffer en de NLS voeren al enkele jaren diverse rechtszaken tegen elkaar vanwege een omstreden no cure, no pay-contract. Het letselslachtoffer heeft, na eerst via advocaat Gijs Verkruisen te hebben geprocedeerd over een schadevergoeding, haar vordering op Allianz, de verzekeraar van de schadeveroorzaker, overgedragen aan de NLS. Die zou tegen een no cure, no pay-fee van 40% van de schadeuitkering de zaak voortzetten. In 2007 is een schikking getroffen met Allianz, waarbij € 100.000 direct is uitgekeerd en € 650.000 in depot is gestort.
De SM-meesteres kwam echter terug op haar afspraak met de NLS omdat zij verkeerd zou zijn voorgelicht. De rechtbank en het gerechtshof in Amsterdam hebben echter al geoordeeld dat de overeenkomst rechtsgeldig is. Daarover heeft letseladvocaat John Beer namens het slachtoffer cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
In maart is het slachtoffer op aanvraag van de NLS failliet verklaard. De curator heeft in juli met de NLS een schikking getroffen over het nog te betalen honorarium, waarbij is overeengekomen dat de fee wordt verlaagd naar 25% en de cassatieprocedure zal worden gestaakt. Daarmee kan het faillissement snel worden afgewikkeld, terwijl een procedure bij de Hoge Raad nog jaren kan duren, zo is de argumentatie van de curator.
Beer is daartegen in het geweer gekomen bij de rechtbank, omdat het slachtoffer door de schikking toegang tot de rechter wordt ontnomen en omdat het algemeen belang (over de toelaatbaarheid van no cure, no pay) bij de cassatieprocedure is gediend.
De rechter acht de kans op een succesvolle cassatie bij de Hoge Raad echter klein. “De curator heeft op goede gronden kunnen besluiten om het risico van een lege boedel, dat doorprocederen met zich meebrengt, niet te willen nemen.” Bovendien prevaleert het boedelbelang boven het algemeen belang, aldus de rechtbank. “Met de curator is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een geoorloofde inbreuk op het recht op een toegang tot de rechter.”

 


 

dr. mr. Gijs Verkruisen gezonheidsrecht en letselschade advocaten